Wees stil, luister verder...

Het Verhaal is nog niet uit

Al van kinds af aan voelt zenleraar Maarten Houtman een verbinding met ‘die onmetelijke kracht die alle werelden in stand houdt en tegelijk het grote transformatieproces omvat’. Deze kracht hielp hem onder andere door het jappenkamp en bracht hem later op het pad van zen. In gesprek met de bijna negentigjarige auteur van wie onlangs de autobiografische roman ‘De andere oever’ verscheen.

Door: Erna Heijligers


“Het is een kunst om echt eenvoudig te worden”, zegt hij. “Daar moet je je dagelijks in oefenen. Het begint al ‘s ochtends als je wakker wordt, dat je eigenlijk kans moet zien om niks te zijn. Helaas lukt mij dat niet altijd.”
Het is laat in de middag. Langzaam valt de schemer in de sober ingerichte woonkamer, hoog in een flat in Amsterdam Noord. De iets voorover gebogen gestalte tegenover mij lijkt samen te vallen met zijn stoel.
“Aan de ene kant is het heel simpel,” vervolgt hij. “aan de andere kant gecompliceerd. En dat komt omdat ík gecompliceerd ben, niet omdat de situatie dat is. Waar het om gaat is dat je een balans vindt tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven. Vaak is er die aandacht niet waarin dat Andere mee kan spelen. Dat is spijtig, maar zo is het gewoon. Ik zeg ook altijd tegen mijn leerlingen: ‘Jullie denken misschien dat het bij mij anders is, maar ik ben een gewone sterveling en heel gelukkig als die twee gelijktijdig aanwezig zijn’.”
Maarten Houtman is een bescheiden man, een leraar die leerling is gebleven. Ook al is het inmiddels ruim vijftig jaar geleden dat hij in aanraking kwam met zen. Dat gebeurde toen hij in 1956 Karlfried Graf Dürckheim ontmoette. Als voorzitter van de Bilthovense Kring van Wijsbegeerte en Psychologie had Houtman de bekende Duitse zenleraar/therapeut uitgenodigd om een aantal lezingen te komen geven over de dood. Houtman: “Na de laatste lezing stapte Dürckheim op me af en zei: ‘Jij mediteert, hè? Ik zal je leren hoe je het écht moet doen.’ Zo is het begonnen.”

Het Verhaal
Maar natuurlijk is het zo niet echt begonnen.
In zijn autobiografische roman De andere oever beschrijft Houtman hoe hij opgroeide tussen de Javanen en van kinds af aan de verbinding voelde met een andere, mystieke werkelijkheid.
‘Hij is van het Verhaal’, zeiden de mensen over hem. Iemand die weet heeft van de Andere Kant en begrijpt dat het in het leven om een transformatieproces gaat. Een proces dat de mens uiteindelijk, met alle strijd die daarbij komt kijken, terugvoert naar zijn bron, zoals dat al sinds duizenden jaren in geschriften als de Mahabharata, de Ramayana, de Upanishaden en, nog ouder, de Veda’s wordt beschreven.
Als kleine jongen luisterde Maarten naar de inlandse verhalen die dezelfde mystieke wijsheid in zich droegen. De oude vertelster Imah vertelde ze aan hem, elke avond voor het slapengaan.

‘Wees stil. Luister verder. Je weet niet hoe het afloopt, dat is nog in het Verhaal verstopt.’
Op de moeilijkste momenten in zijn leven, zou hij zich de woorden herinneren die Imah vroeger tot hem sprak, vlak voordat ze het oliepitje uitdrukte en hij alleen in zijn bedje achterbleef.


Zo leerde hij aan de hand van de oude vrouw, maar ook van het blinde meisje Karti en later van Sukina, zijn geliefde en zielsverwant, langzaam te vertrouwen op die andere zijnsdimensie die achter de gewone realiteit verborgen ligt. Niet dat hij zich daar altijd bewust van was, maar soms, veelal in kritieke situaties, merkte hij duidelijk dat hij door die ‘andere wereld’ werd geleid. Net als dat hij over een helende kracht beschikte op momenten dat het er echt toe deed.
Bijvoorbeeld in de jaren waarin hij op Java als jonge ingenieur in dienst was van de Nederlandse elektriciteitsmaatschappij GEBEO en door zijn nauwe samenwerking met de lokale bevolking bij allerlei problemen betrokken werd. Of anders wel gedurende zijn tijd in het jappenkamp, toen zijn verbinding met de Andere Kant hem op de been hield en hij de genezende kracht aan kon wenden om doodzieke kampgenoten bij te staan.
Een donkere tijd was dat, een tijd vol beproevingen, en een tijd waarin zijn verlangen naar verdieping, zoals dat zich later zou uiten in de keuze voor zen, werd aangewakkerd.

Het kamp
“Het is vooral in het kamp geweest, dat ik gemerkt heb dat je eigenlijk zelden open bent voor die onmetelijke, tijdloze kracht”, zegt hij bedachtzaam. “Die kracht die alle werelden in stand houdt en voedt, en tegelijk het grote transformatieproces van alles omvat. Daarvoor is het nodig, en dat werd me eigenlijk al verteld door die oude vertelster, een leven te leiden waarin voldoende tijd is om je met andere dan aardse zaken bezig te houden.”
Veel tijd voor zichzelf had hij in het kamp echter niet, maar toch lukte het hem om zich bij tijd en wijle af te zonderen. Daarnaast probeerde hij op eigen wijze zijn krachten te sparen, bijvoorbeeld door niet zoals de meeste anderen voortdurend bezig te zijn met voedsel en seks. Het werk was zwaar en wreedheden waren aan de orde van de dag. Met name die keer dat hij samen met twee andere oudere mannen werd afgetuigd zal hij niet gauw vergeten. “Ze schreeuwden het uit, en dat vonden de Japanners heel verachtelijk, want in hun opleiding moesten ze elkaar onderling ook aftuigen en dan ging het erom dat je geen kik gaf. Ik begreep dat. Dus toen het mij overkwam deed ik er alles aan om rechtop te blijven staan tot ik uiteindelijk bewusteloos neerviel. Mijn kiezen gingen naar de knoppen en mijn trommelvliezen zijn geperforeerd geweest. Maar op een bepaalde manier had ik hun respect gewonnen, hetgeen er onder andere toe heeft bijgedragen dat ik het kamp heb overleefd.”

Hij vertelt het rustig, zonder een spoor van wrok of verbittering. Nee, zegt hij met grote stelligheid, terwijl hij een fractie meer rechtop gaat zitten, hij heeft nooit haat gevoeld ten aanzien van de bezetters. “Ze waren de uitvoerders van een systeem en zich eigenlijk niet bewust van wat ze deden.” En met een mengeling van droefheid en berusting in zijn stem: “Ze dachten echt dat ze goed bezig waren. En ook als ze dat niet dachten gaat het erom of iemand de kracht heeft om zich tegen de autoriteiten te verzetten en liquidatie te riskeren. Zoiets kun je nooit helemaal invoelen, want daarvoor zou je de mens moeten zijn die het betreft.”

Begrijpend licht
Naast de ontberingen en gewelddadigheden ervoer hij in die tijd ook kostbare momenten die hem voor altijd bij zouden blijven. Met name in de dodenbarak waar hij de zorg voor zieke, uitgehongerde mensen op zich nam.
Zo was daar het samenzijn met de oude Russische planter, een ‘wijze’ zoals Houtman hem noemt, bij wie de verbinding met het Andere een ‘blijvende toestand’ was. Deze herinnerde hem aan zijn eigenlijke opgave: in iedere ontmoeting het werk van de Grote Aanwezigheid te herkennen en daar uitdrukking aan te geven. Het versterkte hem in het verlangen dat hij als kind al voelde om het leed van anderen te verzachten.
In de barak betekende dit concreet het afvegen van de dunne poep en bij de patiënt blijven tot hij rustig werd. En soms kon hij de krampen doen kalmeren met behulp van de kracht die door zijn handen stroomde. Houtman: “Vaak voelden mensen op den duur zo veel vertrouwen, dat ze makkelijker konden heengaan. Daarbij vertelden enkelen me dat ze in een heel mooi, begrijpend licht werden opgenomen. Ik heb zo ongewild diverse malen van dichtbij het stervensproces mogen meemaken, iets wat een diepe indruk heeft gemaakt op mij.”

‘Het hoort er allemaal bij’
Dat is nu allemaal lang geleden, maar “het leed, dat er altijd zal zijn, een klein beetje te verzachten”, is ook nu nog belangrijk voor hem. Nuchter: “Alhoewel ik wel merk dat ik die intentie soms nog steeds verkeerd vertaal, doordat ik te weinig zeg waar het op staat. Als je echt in grote problemen zit, kan ik je beter duidelijk maken dat die omstandigheid iets is wat op dit moment bij je hoort. Het is niet onrechtvaardig dat je zoiets overkomt en het betekent ook niet dat je slecht bent geweest. Mensen voeren vaak van alles aan: hun ouders, karma... en ze denken altijd dat ze schuldig zijn. Nee, het hoort er gewoon allemaal bij.”
Natuurlijk is dat niet altijd makkelijk, geeft hij toe. “Maar waaróm?, vraag je dan onmiddellijk. En daar krijg je geen antwoord op. Want wat je in je leven meemaakt is niet alleen een kwestie van oorzaak en gevolg, maar veel ingewikkelder te duiden. Om dat te kunnen beseffen, is het nodig dat je je voor een andere dimensie openstelt. Dan pas, als je je niet meer verzet en het opgeeft om de zaak volgens de voor jou beschikbare manieren te bekijken, kan er iets gebeuren waardoor de situatie veranderen kan.”


Het is nu echt donker geworden. Voorzichtig staat hij op om een lamp aan te steken. Ver beneden ons rijdt geluidloos een auto voorbij.
Het Verhaal is nog niet uit. Sterker nog, het zal altijd weer opnieuw in andere bewoordingen worden verteld. Maarten Houtman weet dat. Het maakt dat hij des te intenser luistert naar de eenvoud die eronder ligt.
“Als je het simpel bekijkt, dan is het leven op aarde een uitdaging om steeds bewuster te worden”, zegt hij, nadat hij zijn oude positie weer heeft ingenomen. “Als je sterft verdwijnen al je herinneringen. Het enige wat blijft is je gerichtheid op het Wezenlijke. Soms lijk je die misschien even kwijt te zijn, maar één ding is zeker: hélemaal terugvallen naar onbekendheid met het Mysterie lukt niet meer.”


Uit: ‘De Tao van Zen’, feestbundel bij de 90e verjaardag van Maarten Houtman, uitg. Stichting ‘zen als leefwijze’, 2008