Eefde, 20–25 april 1990, zaterdagmorgen

We nemen waar door de sluier van het verleden


Hoe beseffen we de beweging van ons bewustzijn, wetende dat de beweging altijd er is – en dat die beweging inhoudt dat we niet kunnen ervaren en niet kunnen waarnemen. We ervaren het moment door de sluier van die beweging, en de beweging is het verleden.
Daar mogen jullie me best vijf dagen lang over ondervragen. Maar het gaat erom dat je het begrijpt: we nemen waar door de sluier van het verleden. En de sluier is de beweging van ons bewustzijn. De prikkel die van buiten komt is de aanleiding voor die beweging. Maar die beweging is het verleden.

 

Dus op de aanleiding de prikkel van buiten, reageer je uit het verleden. En dat noem je ‘mijn ervaring’. Maar wat er eigenlijk gebeurt, ontgaat je.
Daarom is je wereld zo klein, omdat je voortdurend, op een steeds andere manier, het verleden ervaart. Een grammofoonplaat waar telkens een kleine andere toon aan wordt toegevoegd, maar de melodie blijft hetzelfde. En in die kleine wereld leef je en als je niet oppast sterf je in die kleine wereld.

Dan kun je natuurlijk zeggen: ja, maar dat is al duizenden en duizenden en duizenden jaren gebeurt.
Dat is zo. Maar dat is geen reden voor jou om het nu weer te laten gebeuren, om maar in die groef te blijven. Het kan een vreselijk boeiende groef zijn, geweldig gewoon. Maar het is een groef, het is niet vrij.

De vraag is dus: hoe kun je dit voor jezelf constateren. Niet met een somber gezicht, want het is eigenlijk een fantastisch iets als je beseft wat je aan het doen bent – het is iets fantastisch als je beseft hoe je leeft, dat is iets geweldigds! Als je dan maar één ding niet doet, als je dan maar niet tegen jezelf zegt: nou ga ik anders leven. Want degene die zegt ‘nou ga ik anders leven’, is degene die aldoor is die hij is, namelijk dood.

 
We nemen waar door de sluier van het verleden