Eefde, 20–25 april 1990, dinsdag

Het verhaal van zenmeester Chao


Ik wilde jullie vanochtend het verhaal vertellen van meester Chao. Meester Chao is een hele onbekende zenmeester.
Toen meester Chao nog geen meester was en alleen maar hoofd van een hele kleine tempel, kreeg hij een merkwaardig probleem. Zo leek het althans van buiten. Meester Chao had behalve een paar monniken ook een non, die te kennen had gegeven vreselijk graag opgenomen te worden in de broederschap. Daar was eigenlijk niets mee aan de hand, totdat die non zwanger werd.

 

In het nabij zijnde dorp gingen allerlei geruchten. Niemand wist er het juiste van, maar op een bepaald moment was de algemene opinie dat meester Chao – die toen nog geen meester was – dat wel eens gedaan kon hebben.
De vader van de non, die een zeer rijk man was, ging naar meester Chao toe en zei: “Ja, als jij dat nou gedaan hebt, dan moet jij dat kind maar opvoeden.”
Meester Chao zweeg een poos en zei toen alleen: “Is dat zo?”
Maar hij kreeg het kind wel en hij voedde het op.
Na enkele jaren kreeg de non – die toen al geen non meer was, want dat kon natuurlijk niet – wroeging en vertelde wie de werkelijke vader was. Ze vertelde dat natuurlijk ook aan haar eigen vader. Die was heel boos, voelde zich voor de gek gehouden, maar hij schaamde zich ook heel diep.
Hij ging naar meester Chao toe en zei: “Ik heb een hele slechte dochter. Met het kind heb jij niets te maken. Wat kan ik nu doen, kan ik je tempel een heleboel geld geven? Maar ja, mijn dochter blijft slecht.”
Toen zei meester Chao: “Is dat zo?”
Het kind ging weg van meester Chao. En naderhand, vele jaren later, werd het jongetje monnik bij hem en later zijn opvolger.

 
Het verhaal van zenmeester Chao