Eefde, 20–25 april 1990, woensdagmorgen

Het verhaal van het stofje in de stroom


Toen ik het een paar dagen geleden had over het eindeloze proces van bewustwording, was er een vraag of dat zou reiken over de dood heen. Ik ben erg dankbaar voor die vraag, omdat die in mij iets verhelderd heeft.

 

Wij zijn als een stofje in de stroom. En dat stofje dat raakt langzamerhand doordrenkt van de stroom. De zon schijnt en droogt en weer, maar allengs raakt het stofje doordrenkt.
Er staan bomen langs de kant die hun schaduw werpen op de stroom. En het stofje beseft dat hij elke keer langs een schaduw gaat en zegt dan ‘ik ben een beetje ouder’.
En daar komt een boom die de laatste is en dan is het stofje helemaal doordrenkt en zinkt naar de bodem. Wij zeggen dan: het stofje is er niet meer. We zouden moeten zeggen: het stofje is opgenomen in de stroom.


Als jullie dit goed begrijpen, dan is het niet nodig meer vragen over de dood te stellen. Het stofje in de stroom is de stroom, het is geen stofje meer. Zolang het stofje nog aan de oppervlakte van de stroom is, stelt het zich vragen over de stroom waar het in is. Maar het is altijd in de stroom. Het lijkt alleen alsof het nog niet van de stroom is.


Na een poosje, als het stofje op de bodem heeft gerust en toch meegenomen is door de kracht van de stroom, komt het weer iets omhoog en de zon droogt het weer een beetje en dan zeggen wij: daar wordt een mens geboren. En hoe meer zon er is, hoe meer het stofje droogt en weer drijft op de stroom en de schaduwen voorbij ziet gaan, hoe meer het doordrenkt wordt door de stroom, en het zakt weer naar de bodem. Maar al die tijd is het de stroom en het is ook het stofje.

Waar het nou om gaat is dat je beseft dat er een tijd is dat het stofje aan de oppervlakte drijft en dat het stofje op de bodem voortgaat, in de stroom. Maar dat er geen moment is dat het stofje niet in de stroom is. Alleen zijn plek is verschillend. Maar de beweging van de stroom blijft.

 
Het verhaal van het stofje in de stroom