Steyl (LB), 23 mei 1998, ‘Zendag’

Het zit in de heel gewone dingen

Het is een wonder dat het allemaal kan, dat ik hier naartoe kan komen, dat jullie er zijn, en dat we met elkaar ons kunnen verdiepen.

Dan moet ik denken aan een uitspraak van een rabbi uit de 17e eeuw in Polen, in een heel armoedige synagoge, waar nauwelijks genoeg kaarsen waren om aan te steken als het donker werd. Rabbi Nachman riep daar plotseling uit: ‘Mensen, de wereld is vol van grote lichten, maar de kleine mens bedekt dat met zijn hand.’

Dat is onze positie. We beseffen niet dat de wereld een wonder is. We kijken alleen naar wat we doen kunnen, wat we gedaan hebben, wat we nagelaten hebben. We beseffen niet dat we dan voorbijgaan aan vele wonderen: dat we leven, dat we kunnen denken, dat we kunnen voelen, dat we een lichaam hebben dat we nauwelijks kennen, dat de adem ons ontzettend veel kan vertellen – als we ernaar luisteren; want de adem is heel erg mishandeld, we moeten hem helpen z’n eigen ritme en diepte weer terug te vinden.

 

Ik heb me de laatste tijd afgevraagd: wat beweegt ons om te mediteren?
Ik denk dat je daar twee stappen in kunt onderscheiden.
Er is een startmotor, namelijk één van de vele motieven waarom je gaat mediteren. Nu eens is het een lichamelijke kwaal. Dan weer is het een moeilijkheid, meestal een relatieprobleem, niet alleen tussen mensen, maar ook tussen jezelf en alle dingen die je omringen. Je hoopt dat dat beter wordt als je gaat zitten.
Als je niet al te haastig en ongeduldig bent, en je doet het enige dagen, enige weken, enige maanden, enige jaren, dan ga je merken dat het motief waarom je ging mediteren eigenlijk te klein is. Je gaat merken dat die wereld die je dacht zo goed te kennen, maar een klein onderdeel is van een grote wereld. En dat in die grote wereld niet alleen het wonder is, maar ook veel leed. Dat is heel oud, dat is niet vandaag, het is zo oud als de mensheid is. Er is altijd leed, leed heeft ons altijd vergezeld. Naast korte momenten van geluk, naast korte momenten van enthousiasme, naast korte momenten van voldoening, is er altijd het oningeloste, datgene wat nog niet gebeurd is – voor ons gevoel. En er is het veel directere leed, wat we op het ogenblik van alle kanten vernemen. Dan is het hier, dan is het daar – ik hoef de plaatsen niet te noemen, jullie weten het misschien beter dan ik – waar mensen elkaar in wantrouwen te lijf gaan, soms martelen, doden, met een onverschilligheid die je koud maakt.

 
Het zit in de heel gewone dingen