Tao-zen sessie 20-22 mei 2005, zondagmorgen

Een simpele aandachtsoefening


We hebben afgelopen dagen een vrij grote stap genomen: ons bewustworden van datgene wat altijd aanwezig is, maar wat wij maar zelden opmerken.
De vragen die ik gekregen heb, vooral in de individuele gesprekken, gingen er allemaal over of er niet iets eenvoudigs is wat het mogelijk maakt dat je dat andere bewust krijgt. Dat is een hele praktische vraag.

 

Wat heb je altijd ter beschikking? Je lichaam. En dat betekent ook je adem. Je hebt ongetwijfeld al gemerkt, als die adem regelmatig gaat: uit ... in, uit ... in, dat je dan rustig wordt – het is eigenlijk omgekeerd, als je die adem door je aandacht z’n gang laat gaan, dan krijgt hij het ritme wat bij jouw lichaam hoort.

Het is dus altijd een kwestie van aandacht, dat is waar het de hele meditatie door om draait. Door die aandacht krijg je contact met het lichaam. Dan ga je merken wat die adem eigenlijk wil – want die adem hééft een wil, die heeft een instelling die er voor zorgen moet dat die adem rustig kan gaan. Normaal, als we niet mediteren en opgeslokt zijn door het leven, verbreken we dat ritme. Dat is niet opzettelijk, dat gebeurt gewoon.

Dus het begint ermee dat je opmerkt dat je adem ontregeld is, gewoon door de omstandigheden. Als je er dan aandacht aan gaat geven, voelt het lichaam zich gesteund door die aandacht die jij geeft. Net zo goed als in een gesprek of in een ontmoeting, het  gaat erom of jij die aandacht kan opbrengen voor de ander, of voor het andere. En dat geldt ook voor je lichaam.

 
Een simpele aandachtsoefening