Huissen, 16–20 december 2005, zondagmorgen

Zo groeit de bloem …


Vanochtend werd ik wakker met een heel oud beeld: dat je helemaal in je bekkenbodem zit, en dat je navel naar boven wijst, naar de hemel.
Dat zijn twee stappen. De derde stap moet nog genomen worden: dat de hemel, het mysterie, helemaal om je heen is. En dat je ook heel duidelijk rust in de aarde. Want je bent niet weg van de aarde, je rust erin. Tegelijkertijd ben je in het mysterie.

 

Het is natuurlijk maar een beeld, maar het geeft heel kernachtig weer waar het om gaat.
De voorperiode, de periode dat je gaat rusten in je bekkenbodem, duurt heel lang, want het oppervlakkige denken – dat beperkt is, maar tevens heel sterk en heel oud – heeft een geweldige macht over je. Daar ligt je verleden in besloten, het opgroeien, een bepaalde plek bij bepaalde mensen, die bepaalde gedachten en overtuigingen hebben. Je neemt die eerst over, daarna verzet je je ertegen en maak je je er van los. Maar het blijft eigenlijk hetzelfde, je blijft daarin ronddraaien.
Op den duur daagt het bij je dat dit niet het enige is, dat er iets anders is. Soms komt dat langs, onverwacht, onaangekondigd, en het bevrijdt je even van de chaos in jezelf.
Dat is een geweldige ervaring. Maar daar ga je natuurlijk over denken, natuurlijk, je hebt niets anders. Die ervaring is geweest, maar je denkt al aan de volgende. Daar zijn boeken over volgeschreven, systemen. En er ontstaan nog steeds nieuwe systemen en therapieën. Maar dat is allemaal niet van dát – dat wat vóór alles is, en alles is.

 

Zo groeit de bloem...