Huissen, 16–20 december 2005, zondagmiddag

Bewust afscheid nemen


En het was ochtend geweest, en het was avond, van de tweede dag.
We hebben vanochtend met z’n allen een heleboel in onszelf bekeken. En dat moet nog een heleboel keren gebeuren, voor ieder mens. Hoelang hij ook geoefend heeft, hij moet dat steeds herhalen, want de verstrooiing elke dag in de wereld is groot. Je bent in die verstrooiing, in die chaos ben je. Je bent ook van de chaos, maar je bent ook weer van wat anders. En dat andere, wat er altijd is, dat klopt soms aan.

 

Als je je leven van de dag – en een deel van de avond – goed gedaan hebt, komt het iedere dag ietsje dichterbij. Je hoeft helemaal niet te denken aan dat andere, dat niet van de tijd is. Want alles wat je daarover denkt, is het niet. Je hoeft alleen maar gewoon je leven leven. Soms een beetje blij, omdat het loopt. Soms een beetje verdrietig, omdat het stilstaat. Maar dat is het leven, het is niet anders.


We leven in een versnelde tijd, waarin allerlei onbegrijpelijke dingen aan het gebeuren zijn: rampen uit de natuur, rampen van de mensen zelf. En dat raakt ons, ook al weten we dat er weinig aan te doen is – behalve dat we zélf tot rust komen, dat we zelf, elke dag opnieuw, vrede vinden. Zodat in ieder geval die chaos, die verwarring, dat leed, ons niet overmand.
Want dat kan makkelijk, dat je overmand wordt, dat je de wereld ziet als verloren, als opgegeven. Dat is eigenlijk niet erg, het is ook wel goed – als je tenminste maar weet dat het voorbijgaat. Zoals je zelf ook voorbijgaat in de tijd, dat je aan het eind je lichaam verlaat omdat het verbruikt is, en verdergaat.

 

Bewust afscheid nemen