Huissen, 16–20 december 2005, dinsdagmorgen

Durf te zijn die je bent


Als ik het goed in mijn geheugen heb, dan was gisteren uiteindelijk het gevoel aanwezig dat in de benadering die je hebt ten aanzien van de wereld, eigenlijk te weinig hele gewone warmte is. Warmte, die maakt dat de ander het gevoel heeft dat hij niet iets aan zichzelf hoeft te doen, dat hij, zoals hij is, ervaren wordt.

 

Als ik dat zo zeg, na alles wat we gisteren besproken hebben, lijkt dat eigenlijk heel simpel. Maar het is niet zo simpel als we denken. Want we hebben inderdaad te maken met het verleden in onszelf, dat meer of minder sterk ons dicteert. De vraag is dus of de oorspronkelijke mens, die wij zijn, tevoorschijn kan komen, of die in de handeling betrokken kan zijn.
Dat betekent natuurlijk een heleboel. Het betekent dat je al je meningen en oordelen, gedachten over, vaststellingen, niet opzij kunt schuiven. Want ze zijn er, met de bijbehorende agressie, zo dat nodig is. Maar dat, ondanks het feit dat het níet opzij geschoven kan worden, het niet de enige mogelijkheid is waarmee wij naar de wereld kijken, naar de wereld luisteren, en naar de andere luisteren.


We hebben het gehad over dat moment dat je sterft en dat je afscheid moet nemen. Dat heeft daar óók mee te maken, dat je dat wat soms al een heel leven lang bij je is geweest, in een of ander vorm: het beeld van de ander, dat je daar bewust afscheid van neemt. En dat betekent eigenlijk, in de gewone zin, dat je het afmaakt, dat je het niet nog laat liggen als een rest, die je later ongetwijfeld zult tegenkomen.

 

 
Durf te zijn die je bent