15-20 december 2006, vrijdagavond

Een waardig metgezel

Ik heb het in de inleiding van de convocatie gehad over het klooster als meditatievorm en over het belang van het samen zitten. Maar wat ik nog niet heb aangehaald, is het merkwaardige feit dat wij allen geneigd zijn te denken dat onze wereld maakbaar is. Dat uit zich erin dat je, als er een moeilijkheid is, die met geweld probeert op te lossen.

Velen van jullie ken ik al heel lang. Al die jaren dat we samen zijn, hebben we allemaal gesprekken gehad, individuele gesprekken en collectieve gesprekken. Er is dus heel veel tot me gekomen. Daar ben ik heel dankbaar voor, dat had ik in mijn individuele leven nooit kunnen opdoen. Het maakt me duidelijk hoe ingewikkeld het leven eigenlijk is. Je kunt je wel voornemen om een vriendelijk en behulpzaam mens te zijn, maar ben je daartoe in staat?

 

Bij bijna alle mensen zit er een heleboel dwars: uit het verleden, of vanuit meer recente momenten in je leven. Hoe ga je daarmee om? En nog daarvóór is dat merkwaardig gegeven dat er een heleboel niet tot je doorgedrongen is, terwijl het er wel was.

 

Hoe word je je daarvan bewust? Hoe word je je bewust van dat hele leven dat je geleefd hebt en waar zich allerlei in voorgedaan heeft. Bij sommigen meer verdrietige dingen dan bij anderen, maar er is geen leven, denk ik, waarin het leed niet is voorgekomen. Dat leed is er. Dat is een van de belangrijkste dingen die je kunt vaststellen, het leed is er. En voor ons in deze welvarende maatschappij dan nog niet eens zo heftig. Dat is prettig, maar het is ook arglistig, het doet net alsof het niet zo erg is. Terwijl het in wezen een aantasting is van de mening die wij hebben over onszelf. Want wij hebben allemaal een mening over onszelf. Dat hebben we opgedaan doordat we leven, doordat we dingen doen, doordat we de opmerkingen van andere mensen horen, de gezichten van andere mensen zien, die op ons reageren.

Een waardig metgezel