15-20 december 2006, zondagmorgen

Ga maar!

Jullie zullen wel opgemerkt hebben dat je brein, naast het nodige wat het moet doen en organiseren, voortdurend doorloopt. De enige manier waarop het een beetje minder kan worden, is dat je er goed naar luistert. Het is tegen je natuur in om naar het gewauwel van je brein te luisteren, maar het is toch nodig. Want heel diep verborgen in dat gewauwel, is het wezenlijke. En je kunt het wezenlijke altijd pas vernemen, als je het gewauwel niet als gewauwel beschouwt, maar als iets wat in de loop van de tijd ingesteld is. Het is ook niet bij iedereen even erg, ik heb de indruk dat het bij mij heel erg was. En ik heb natuurlijk vele jaren gedacht dat ik dat gewoon kwijt moest. Ik heb van alles geprobeerd, totdat ik zelf ontdekte dat ik ernaar luisteren moest.

 

Het is niet zo, dat als je er eindeloos naar geluisterd hebt en gemerkt hebt dat het een boodschap heeft, het dan ook beëindigd is. Zo is het niet, het blijft bestaan, zoals alles vanaf je geboorte blijft bestaan. Dat is ook iets wat misschien nieuw is, maar het is gewoon zo: alles wat je bij je geboorte meekrijgt, blijft bestaan. Daar ontkom je niet aan. Het enige is: je hoeft er niet helemaal slachtoffer van te zijn, je kunt op een bepaald moment ontdekken dat onder al dat voor jou – terecht – onzinnige, het zinnige verborgen is. Als je dat doet, heb je er minder last van.

 

Dat betekent ook dat je absoluut geen behoefte meer hebt om iemand te overtuigen, je weet dan voorgoed dat dat niet kan. Je kunt niemand overtuigen, je kunt niemand iets vertellen wat niet al in hem aanwezig is. Dat is ook zoiets wonderbaarlijks, dat je dat moet ontdekken: je kunt nooit iemand iets vertellen wat niet al in hem aanwezig is. En of het in hem aanwezig is of niet, daar heb je helemaal niets over te zeggen.

Ga maar!