Je leert het kennen door het te zijn
Inleiding en gesprek februari 1990


 

De vorige keer werd een uitspraak van Inayat Kahn aangehaald, dat de ziel niets leert van het zijn op aarde.
Naar aanleiding daarvan wil ik teruggaan naar iets wat ik jaren geleden vrij uitvoerig behandeld heb, namelijk dat onze hele waarnemingswerkelijkheid – en daarmee ons oordeel, ons wereldbeeld en onze handelingen – gebaseerd is op de zintuiglijke waarneming. Hoe verfijnd ook, de zintuiglijke waarneming is de basis.
Die zintuiglijke waarneming is weer gebaseerd op dat wat zich in de tijd voltrekt: wat voortdurend verandert, wat wordt, ontstaat, groeit, verwelkt, afsterft. Daar is onze waarneming op gebaseerd, en daarmee onze beeldvorming, de voorstellingen, het denken-voelen, en dus ook de taal.


Maar in al die gevallen die ik opgesomd heb, is ook een ander element aanwezig, dat overstemd wordt – en dat geldt ook voor de taal – door de zintuiglijke kant.
Als een verandering in het bewustzijn zou kunnen optreden, een verandering die verder gaat dan wat gegrondvest is in de zintuiglijke waarneming, dan moet dat iets zijn wat niet vanuit het zintuiglijk tijdsbewustzijn tot stand gebracht kan worden.


Deze vaststelling maakt duidelijk dat alles wat vanuit het ego – wat een tijdsverschijnsel is – ondernomen wordt, met welke goede bedoelingen ook, nooit kan leiden tot die fundamentele bewustzijnsverandering. Die mogelijke verandering komt uit een totaal andere sector van de mens.
Dat betekent nog al wat. Het betekent ook dat je oefenen daar rekening mee moet houden. Anders blijf je oefenen vanuit de zintuiglijke basis, in de tijd. En die is gebaseerd op het hebben van een voorstelling, hoe subtiel ook, en het bereiken van die voorstelling. Dat is dus de wil en de inspanning volgens de wil.


(open onderstaande link voor de volledige tekst)

 
Je leert het kennen door het te zijn