Het lichaam is de schakel
Sterrelaansessies, 27 oktober 1990

             

We hebben de vorige keer geprobeerd ons te verdiepen in dat merkwaardige verschijnsel dat er, naast alles wat we kennen en wat op een of andere manier vorm gegeven is, tegelijkertijd iets anders is, iets wat meestal niet door ons opgemerkt wordt. Tot wat we kennen horen ook dromen, visioenen, mededelingen van buiten, leerstelsels, religieuze stelsels. En we horen er zelf ook toe, we hebben een lichaam, we hebben het vermogen te denken, te voelen, te kijken en te luisteren.
Maar naast dat alles is er iets waarvan we, als we om wat voor reden ook momenten uit die stroom van indrukken en voorstellingen zijn gehaald, beseffen dat het er ook is. Als dat meer voorkomt, hebben we zelfs het gevoel dat het oorzakelijker is, dat het eerder is dan al datgene wat we kunnen waarnemen.

 

We hebben er ook bij stilgestaan hoe ons aller leven eigenlijk heel weinig ruimte laat voor het beseffen – dat is een beter woord ervoor dan ‘ervaren’ – van die andere werkelijkheid, die aldoor aanwezig is.
We zagen dat we, zodra we in aanraking komen met die andere werkelijkheid, behoefte hebben om dat in onze eigen wereld een plek te geven, in die zin dat we het op een of andere manier vertalen. En dan komen we bij het wonder van de taal, hoe in de woorden, in de gedachten, in de voorstellingen, toch iets doorwerkt van die andere werkelijkheid, die nog geen vorm genomen heeft, dus puur genomen nooit geboren is.

En we hebben erbij stilgestaan dat wij zó in beslag genomen worden door alles wat binnen het zintuiglijk waarneembare gebeurt, dat we er heel bewust een plek voor moeten gaan inruimen in de tijd. Want de primaire instincten die het ‘ik’ gevormd hebben – het ‘ik’ dat bepaalt hoe wij ons voelen, hoe we denken dat we zijn, hoe we de wereld beoordelen – zijn oppermachtig in ons leven. Dus je moet er de tijd voor nemen om in een meer geregeld contact te komen met dat andere.

 

 
Het lichaam is de schakel