Het moment waarin de geest zichzelf opmerkt
Sterrelaansessies, 24 november 1990

             

Ons gewoontepatroon is dat we de beweging van de geest altijd zijn gang te laten gaan. En we merken dat niet, we vinden dat dat de manier is waarop wij met elkaar uitwisselen, waarop we nader tot elkaar komen, en waarop de eigenlijke relatie is gebouwd. Maar we vergeten dan dat dat nog altijd de relatie is die je opbouwt tussen een onrustige geest en het andere. [1]


We hebben er in de loop van de tijd vaak bij stilgestaan dat het ‘ik’ – dat is die geest, althans een groot gedeelte ervan – niet alleen op zelfhandhaving is gebaseerd, maar ook op verdediging van alle vermeende bedreigde kanten van dat ‘ik’.
Dit is een heel oud probleem, het is niet iets van de laatste vijftig jaar. En we hebben in de loop van vele honderden jaren allerlei manieren gecreëerd om ons daarmee uiteen te zetten. Jammer genoeg denken we dat als we dat nu maar doen, daaruit een rustige, stille geest resulteert. Maar dat is niet zo, dat kán niet.

Wat gebeuren kan is dat je in een heel eenvoudige opstelling – waarbij je alleen bent, ook al zit je in een groep – die onrustige beweging van de geest kunt opmerken. Dat is de eigenlijke zin van alle oefeningen, of het nou yoga is, tai chi of zazen.
Je kunt het op allerlei manieren vertalen, naar de kant van aura's, van spierspanning, van een onregelmatige adem, van de energiecentra, enzovoorts. Maar de wortel is de geest, die niet in staat is om wat tot hem komt en wat van hem uitgaat, stil en rustig op te merken; die zich eigenlijk altijd bedreigd voelt. Vaak merkt hij dat niet, maar hij voelt zich bedreigd, hij voelt zich tekort gedaan, hij voelt zich aangetast.
Ook daarvoor hebben we mechanismes ontwikkeld om de geest tevreden te stellen: je meer voelen dan een ander, beter dan een ander, macht uit te oefenen over een ander. En als dat allemaal niet kan, door agressief te zijn, door je te bekwamen en daardoor macht te krijgen over jezelf. Althans dat denk je. Maar altijd weer ga je om de kwintessens heen: die geest die onrustig is, die erop uit is iets te veroveren. En dan krijg je weer het hele gevecht van veroveren en loslaten, dat kennen we allemaal heel goed.



[1] Vergelijk de volgende passage bij Krishnamurti:
“… is it possible to love without the interference of the mind? We love with the mind, our hearts are filled with the things of the mind, but surely, the fabrications of the mind cannot be love.”

Uit: J. Krishnamurti, On Relationship; Second Talk in The Oak Grove, 17 juli 1949

 
Het moment waarin de geest zichzelf opmerkt