Vertrouwen
Sterrelaansessies, 23 februari 1991

             

Ik denk dat één ding voor ons op het ogenblik heel duidelijk wordt, en dat is dat we onze onbewustheid zullen moeten opgeven. Onbewustheid wil zeggen dat het totaal van invloeden waar je in staat, onvoldoende tot je doordringt. En dat daardoor je ‘dagelijks leven’ – met al zijn zorgen, zijn uitdagingen, zijn teleurstellingen, zijn vreugden – een veel te grote plaats inneemt, en je teveel vanuit dat kleine bestek alles wat er gebeurt beoordeelt, afwijst, toejuicht.


Dat is niet iets van vandaag, het speelt al honderdduizenden jaren. Waarbij we natuurlijk moeten beseffen dat intussen het bewustzijn van de mens voortgeschreden is in een ontwikkeling, die het onderscheidend vermogen – het vermogen om te benoemen, om in te delen, om te vergelijken – steeds meer mogelijk heeft gemaakt.

 

Als je het Oosten en het Westen ziet als twee stromingen van een totaal proces, zou je kunnen zeggen dat in het Oosten het intuïtieve, gevoelsmatige – daarmee vaak ook het religieuze – iets meer voortgegaan is dan in het Westen. Maar we moeten dat allemaal niet ideaal zien. In het Oosten zijn het bijgeloof en het religieuze fanatisme – waar we nu heel duidelijk de exponenten van zien – ook destructieve krachten.
Waar ik het nu over heb, is eigenlijk alweer op een kleinere schaal. Maar als je het hele proces van het menselijk bewustworden in ogenschouw neemt, dan zie je dat daar een ontwikkeling heeft plaatsgehad van verzelfstandiging, verduidelijking, benoeming en vermogen tot onderscheiding – een ontwikkeling die, voortgestuwd door de kracht van de zelfhandhaving, heeft geleid tot een oorlog van allen tegen allen.

 

Dat kan heel subtiel zijn, je zou haast zeggen: vredig, zoals het, geloof ik, bij ons op het ogenblik is. En het kan heel extreem zijn, heel bruut. Maar het is hetzelfde.
We weten ook – daarvoor zijn we oud genoeg, dacht ik – dat de oplossingen die we hebben nagestreefd, in allerlei delen van de wereld, ook in ons werelddeel, volstrekt onvoldoende zijn. En waarom? Omdat ze uitgaan van een te klein bestek. En wat in het groot geldt, voor de mensheid, geldt ook voor onszelf.

 

 
Vertrouwen