Za-zen, zitten


Za-zen is zitten, alleen maar zitten
Alles is gezegd en gehoord. De meester is verder gegaan.
De zon kwam op en ging onder.
De vlek voor me en het ritme van de adem blijven.
Het ritme is vriendelijk en zacht, als een moeder die haar kind in slaap wiegt.
De vlek wordt steeds leger. Geluiden komen en gaan.
Aan de grenzen rondom schuiven gedachten voorbij.
Sommige snel, sommige langzaam. Sommige lonken, sommige keren zich af.
Dat is onvermijdelijk en goed.
Ook de koan, die alles moest bundelen, is vervluchtigd.
In de glimlach van de meester verdween de verlichting die ik zocht.
Het zachte ruisen van de sterrenstelsels lijkt dichterbij dan de adem van mijn liefste.

Zitten is heel dichtbij de dood zijn, zodat je zijn liefelijkheid kunt voelen.
Uit zijn glimlach komt de geboorte voort van een mens die nog sluimert in het ongewetene, die nog door de vernauwing van de geboorte heen moet, voor hij op aarde kan zijn.
De aarde die hem voedt en draagt en waar hij het ongewetene, als hij het beseft, in alles ervaart.
De angst voor en het verzet tegen de dood is de laatste poging om vast te houden wat verder wil gaan.

Hier op deze plek, voortgestuwd door een zachte adem, is alles bijeen.
Het gaat erom hier te blijven en de wereld in te gaan.

Maarten Houtman


Tijdschrift ZEN, nr. 42, juli 1990